Beschrijving
Gymnocladus dioica meerstammig 200-250 | Doodsbeenderenboom
Gymnocladus dioica Meerstammig, ook wel Doodsbeenderenboom genoemd, valt op door het krachtige silhouet en de opvallende takstructuur. Het geslacht Gymnocladus staat bekend om kale takken in de winter, waardoor de bijnaam Doodsbeenderenboom goed te begrijpen is. De soortnaam dioica verwijst naar de gescheiden mannelijke en vrouwelijke bloemen aan verschillende bomen. Een volwassen Gymnocladus dioica Meerstammig bereikt een hoogte van ongeveer 15 tot 20 meter en een breedte van 6 tot 9 meter. De meerstammige vorm zorgt voor een brede, bolvormige tot ovale kroon met een krachtige, ronde uitstraling. In het voorjaar hebben de jonge uitlopers een bronskleur, later in het seizoen kleuren de grote, samengestelde bladeren fris groen. In de herfst verandert de Doodsbeenderenboom in een gele blikvanger. Het gaat om een loofboom zonder naalden, die in de winter volledig bladverliezend is. Doornen of stekels ontbreken. Vaak verschijnen lange, leerachtige peulen als vruchten, die lang aan de takken kunnen blijven hangen en zo ook in de winter een karakteristiek beeld geven.
Belangrijke kenmerken van Doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioica) meerstammig
In ruime tuinen past Gymnocladus dioica Meerstammig goed als blikvanger, door de meerstammige vorm en opvallende winterstructuur. De Gymnocladus dioica is prachtig toepasbaar als
meerstammige boom in een ruime tuin. Bij architectonische beplanting geeft Gymnocladus dioica Meerstammig extra structuur in de winter.
- Bloeit in mei en juni met groen-witte trossen; bronskleurige uitlopers lopen uit tot frisgroen, geveerd blad. Bloemen zijn weinig aantrekkelijk voor bijen en vlinders, maar de boom biedt beschutting voor vogels.
- Groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke plek, matig windbestendig en verdraagt geen verharding rond de stam.
- Voelt zich thuis op zand-, leem-, lichte klei-, löss- en zavelgrond, bij een licht zure tot licht kalkrijke bodem, met goede luchtigheid en een gemiddelde groeikracht. Schors is grijsbruin en grof gegroefd, takken grof vertakt; zaden en peulen zijn giftig bij inname.
Toepassing van de Gymnocladus dioica in de tuin
De doodsbeenderenboom past goed in parken, plantsoenen, pleinen en langs straten. In een kleine tuin geeft de soort een opvallend middelpunt zonder te massief te worden. In grotere tuinen krijgt de boom, Gymnocladus dioica, een duidelijke plek als solitair of als laanboom langs een pad.
- Sierlijk open kroon met dikke, bijna botvormige takken voor een sterk silhouet in winter en zomer.
- Winterhard tot ongeveer -15 °C, geschikt voor een flink deel van het land met een gematigd klimaat.
- Goed te combineren met siergrassen, vaste planten en heesters met kleurrijk blad, zodat het sculpturale karakter extra opvalt.
- Grote dubbel geveerde bladeren zorgen voor een luchtige schaduw en een bijzonder bladbeeld.
Deze bijzondere boom geeft een sterke en karaktervolle structuur in elke tuinopzet. Beschikbare vormen van de doodsbeenderenboom staan hieronder op een rij.