Waar houdt klimop niet van?
Klimop is populair, maar er zijn duidelijke grenzen: sommige dingen mogen niet met klimop in de tuin. Deze regels helpen problemen te voorkomen.
Klimop mag geen muren beschadigen
Klimop is een zelfhechtende klimplant met sterke hechtwortels. Deze wortels kunnen zich stevig vastzetten aan muren, schuttingen of gevels. Op nieuwe, gladde oppervlakken blijft klimop meestal aan de buitenkant. Maar bij oude, poreuze of gebarsten muren kan klimop schade veroorzaken. De hechtwortels dringen in kleine scheuren of voegen. Na verloop van tijd kunnen deze groter of beschadigd raken. Vocht dringt dan makkelijker in het metselwerk, wat op den duur kan zorgen voor vorstschade of afbrokkelend pleisterwerk. Klimop mag daarom niet zonder bescherming direct op oude muren groeien. Een stevige klimsteun, zoals een gaaswerk met wat afstand tot de muur, voorkomt directe hechting. Zo blijft de muur beschermd en kan de klimop toch als klimophaag dienen. Vooral bij monumentale of gevoelige gevels is voorzichtigheid belangrijk. Hier moet klimop alleen in combinatie met klimsteunen worden gebruikt of helemaal worden vermeden. Wie schade wil voorkomen, let al bij het planten op de juiste plek. Een stevige schutting, een gaasconstructie of een houten scherm zijn geschikte ondergronden voor klimop. Daar kan de plant zich goed ontwikkelen zonder ongewenste gevolgen.
Klimop mag de tuin van de buren niet overwoekeren
In het Nederlandse burenrecht geldt: planten mogen niet over de erfgrens heen groeien als de buren dat niet willen. Dat geldt ook voor klimop. Groeit de klimop over een muur of schutting heen de tuin van de buren in, dan kan dat juridische gevolgen hebben. De buur mag in veel gevallen vragen om de plant terug te snoeien. Komen jullie er samen niet uit, dan kan de buur zelf snoeien, zolang er van tevoren een redelijke termijn is afgesproken. Een goed onderhouden klimophaag blijft binnen de erfgrenzen. Regelmatig snoeien voorkomt dat de plant gaat overhangen. Daarbij is het belangrijk de haagplanten niet te ver terug te knippen, maar vooral de uitschieters weg te halen. Ook het blad mag geen blijvende overlast geven. Als afgevallen bladeren bijvoorbeeld steeds de tuin van de buren vervuilen of hun dakgoten verstoppen, kan dat ook tot ergernis en conflicten leiden. Open communicatie en regelmatige verzorging helpen ruzies te voorkomen. Staat beplanting dicht bij de erfgrens, kies dan voldoende afstand – in veel gemeenten geldt minstens 50 centimeter tot de grens als richtlijn.
Klimop mag andere planten niet verdringen
Klimop groeit sterk. Dat is een voordeel, maar het brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Zonder snoei groeit de plant snel over andere planten heen. In de tuin mag klimop andere planten niet volledig overwoekeren. Uitlopers die zich vrij verspreiden, nemen het licht weg bij andere beplanting. Vooral lage vaste planten of jonge aanplant hebben het dan moeilijk. Een klimophaag heeft daarom genoeg ruimte nodig. Regelmatig snoeien zorgt ervoor dat klimop niet te veel plaats inneemt. Wie bodembedekkers of vaste planten in de buurt heeft, moet extra goed letten op de groei van de klimop. In een gemengde beplanting is de keuze van soorten belangrijk. Stevigere soorten zoals taxus of hulst kunnen beter naast klimop staan. Met een wortelbegrenzer of een ondergrondse rand is de groei bovendien beter te sturen. Een doordacht beplantingsplan voorkomt dat andere planten verdrukt worden. Vooral in het eerste jaar is het belangrijk goed te kijken hoe alles zich ontwikkelt. Zo wordt klimop een mooie aanvulling en niet een overheersende plant.
Klimop mag niet ongeremd doorgroeien
Zonder snoei verliest klimop zijn vorm. De scheuten groeien alle kanten op en worden lang en slungelig. Daardoor ontstaat een ongelijkmatige haag en kunnen zelfs bouwelementen beschadigd raken. Ongecontroleerde groei ziet er niet alleen onverzorgd uit, maar kan ook paden, ramen of dakgoten bereiken. Daarom is regelmatig snoeien nodig, bij voorkeur twee tot drie keer per jaar. De eerste snoei is in het late voorjaar, na de nieuwe uitloop. De tweede snoei kan in de nazomer. Bij zeer sterke groei is een extra vormsnoei in juli mogelijk. Wordt de klimop niet verzorgd, dan verliest de haag haar dichtheid. Het blad wordt dunner en er ontstaan kale plekken. Een gelijkmatige haag vraagt om regelmatige snoei en wat geduld bij de opbouw. Bij het snoeien is het belangrijk niet te diep in het oude hout te knippen. Jonge, groene scheuten lopen makkelijker weer uit. Een vorm die onder breder is dan boven zorgt voor betere lichtinval. Wie de klimop regelmatig snoeit, houdt de plant compact, vormvast en gezond. Zo blijft de klimophaag een waardevol onderdeel van de tuin, zonder problemen.
Klimop mag bij strenge vorst niet onbeschermd blijven
Klimop is zeer winterhard. Maar bij strenge vorst of koude oostenwind kunnen sommige rassen, vooral bontbladige soorten, schade oplopen. Groenbladige soorten zoals Hedera helix of Hedera hibernica zijn sterker. Toch is bescherming bij kou verstandig, vooral bij jonge planten. Klimop mag bij sterke vorst niet onbeschermd blijven als de plek erg winderig is. Een laag boomschors of houtsnippers beschermt de wortels. Ook takken van snoeihout kunnen helpen om de bodem wat warmer te houden. Bij klimop in pot is bescherming extra belangrijk. Potten moeten geïsoleerd worden en de wortels afgedekt. Anders kan de kluit volledig bevriezen. Vorstschade is te zien aan bruine of glazige bladeren. Meestal loopt klimop in het voorjaar weer opnieuw uit. Terugknippen tot in het gezonde hout helpt de plant te herstellen. Een beschutte standplaats, een goede bodem en regelmatige verzorging versterken de winterhardheid. Met de juiste aanpak komt de klimophaag ook strenge winters goed door.
Met regelmatige snoei, een passende standplaats en wat aandacht is goed te voorkomen dat klimop problemen veroorzaakt. Zo blijft de plant een sterke en mooie blikvanger in de tuin.
.jpg)