Waarom groeit mijn klimop niet goed?
Als klimop niet goed groeit, kan dat verschillende oorzaken hebben. De standplaats, de bodem of de verzorging spelen daarbij vaak een belangrijke rol.
De standplaats is te droog, te donker of te heet
Een veelvoorkomende reden voor slechte groei bij klimop haag is een ongeschikte standplaats. Hoewel klimop zich goed kan aanpassen, staat de plant het liefst op een halfschaduwrijke tot schaduwrijke plek. Veel uren in de volle zon kunnen de groei vertragen, vooral als de grond droog is. Op zeer warme, zonnige plaatsen verdampen de bladeren en wortels veel vocht. Als dit niet wordt aangevuld door te sproeien, heeft de plant daar last van. Ook te donkere hoeken, bijvoorbeeld onder dichte struiken of aan een noordmuur zonder licht, remmen de groei. Klimop heeft niet veel zon nodig, maar helemaal zonder licht stopt de groei. Tocht of harde wind op open plekken kan ook voor problemen zorgen, omdat bladeren sneller uitdrogen en scheuten beschadigd raken. Bij haagplanten zoals klimop moet de standplaats daarom beschut zijn tegen wind, maar wel goed geventileerd. De beste plek is lichte schaduw met wat ochtend of avondzon. Bij het opnieuw aanplanten heeft klimop bovendien een paar weken nodig om te wennen. Verwacht dus niet te snel resultaat, anders valt het al gauw tegen. Met wat geduld groeit klimop, als de standplaats goed is, na de wenperiode meestal vlot verder.
De bodem is ongeschikt of niet goed voorbereid
Een veelgemaakte fout bij het planten van klimop is een ongeschikte of slecht voorbereide bodem. De ideale grond voor Hedera is luchtig, voedzaam, humusrijk en goed doorlatend. In zware kleigrond blijft water vaak staan. Daardoor krijgen de wortels te weinig zuurstof en ontstaat wortelrot. In zo een bodem groeit de plant langzaam of sterft zelfs af. Ook zeer zandige grond is minder geschikt, omdat water en voeding daar slecht worden vastgehouden. Om de groei te bevorderen, moet de grond vóór het planten goed worden voorbereid. In kleigrond helpt het om grof zand en compost door de grond te werken. In zandgrond is goed verteerde compost of potgrond geschikt om het water beter vast te houden. Belangrijk is dat er geen water blijft staan. Een licht verhoogd plantbed of een drainagelaag kan daarbij helpen. Voor het goed aanslaan is het nodig dat de aarde goed rond de wortelkluit aansluit. Holle ruimtes in het plantgat hinderen de wateropname. Na het planten moet ruim worden gesproeid. In de eerste groeifase is de kwaliteit van de bodem extra belangrijk. Ook een hulst of levensboom laat bij een verkeerde bodem slechte groei zien. Klimop is daarop geen uitzondering. Een goed voorbereide bodem is de basis voor een stevige, gelijkmatige groei.
Te weinig water of verkeerd sproeien
Water is belangrijk voor de groei van klimop. Vooral in de eerste maanden na het planten is een gelijkmatig vochtgehalte in de grond nodig. Bij te weinig water drogen de wortels uit. De plant verliest dan bladeren of vormt geen nieuwe scheuten. Maar ook te veel water is schadelijk. Stilstaand water veroorzaakt wortelrot, waardoor de plant langzaam afsterft. De juiste hoeveelheid water hangt af van de standplaats, het seizoen en de bodem. In zandgrond zakt water snel weg, daar is vaker sproeien nodig. In kleigrond is minder water nodig, omdat de grond langer vochtig blijft. Belangrijk is: liever minder vaak, maar dan wel flink water geven, zodat de wortels diep de grond in groeien. Kort en oppervlakkig sproeien zorgt alleen voor ondiepe wortels. Ook het tijdstip speelt een rol. Het is het beste om vroeg in de ochtend of in de avond te sproeien, zodat het water niet meteen verdampt. In warme zomerweken heeft klimop, ook als haag die al langer staat, extra water nodig. Als de bladeren slap hangen of oprollen, is dat een teken van droogte. Een laag mulch van boomschors of bladeren helpt om vocht in de grond vast te houden en de plant tegen uitdroging te beschermen. Regelmatig sproeien is vooral belangrijk bij glansmispel, taxus of liguster. Klimop profiteert daar net zo van.
Gebrek aan voeding of niet bemesten
Klimop is sterk, maar voor een goede groei heeft de plant regelmatig voeding nodig. Een tekort aan stikstof, fosfor of kalium zorgt voor lichtgroene bladeren, slappe scheuten en weinig bladgroei. Vooral vlak na het planten is de behoefte aan voedingsstoffen hoog. Zonder extra voeding blijft de groei dan vaak achter. Ook na langere tijd in de tuin kan er een tekort ontstaan, vooral in zanderige of uitgeputte grond. Bemesten in het voorjaar (maart of april) stimuleert de groei. Een tweede gift in de zomer (juni of juli) zorgt voor meer blad en maakt de plant sterker voor de winter. Gebruik bij voorkeur organische mest, compost of speciale haagmest. Deze geven de voeding langzaam af en verbeteren tegelijk de bodemstructuur. Ook oudere planten uit potten die worden uitgeplant, hebben een startbemesting nodig. Te veel mest is echter schadelijk, vooral bij kunstmest. Klimop reageert op overbemesting met gele bladeren en zwakke scheuten. Daarom is evenwichtige bemesting belangrijk. Als klimop niet bloeit of geen bessen vormt, kan dat ook op een tekort aan voedingsstoffen wijzen. Een bodem met een pH waarde tussen 6 en 7 is ideaal voor de opname van voeding. Zo ontstaat na verloop van tijd een dichte, sterke haag met veel privacy.
Ziekten, plagen of verkeerd snoeien
Ook ziekten of plagen kunnen de groei van klimop verstoren. Hedera is meestal sterk, maar bij ongunstige omstandigheden kunnen er toch problemen ontstaan. Veelvoorkomende signalen zijn bruine vlekken op de bladeren, omgekrulde scheuten of zwakke groei. Bladvlekkenziekte ontstaat vaak door te natte bladeren en te weinig lucht tussen de planten. Regelmatig snoeien zorgt voor nieuwe scheuten en helpt ziekten te voorkomen. Verkeerd of op het verkeerde moment snoeien kan de groei echter ook remmen. Als er te laat in de herfst wordt gesnoeid, heeft de plant het zwaarder in de winter. Een stevige snoeibeurt in het voorjaar zorgt meestal voor krachtige nieuwe groei. Ook plagen zoals spint, bladluizen of schildluizen kunnen voorkomen, vooral bij warme, droge lucht. Door de planten regelmatig te controleren, kunnen problemen vroeg worden aangepakt. Bij vraatsporen of kleverige bladeren is snel ingrijpen nodig. Belangrijk is ook dat klimop niet te dicht op elkaar wordt geplant. Te weinig lucht en licht zorgen voor een vochtig microklimaat, waardoor ziekten sneller ontstaan. Met goede verzorging, juist snoeien en regelmatige controle krijgen ziekten en plagen weinig kans. In combinatie met een goede standplaats en voedzame bodem blijft klimop sterk en groeit uit tot een mooie, dichte haag.
Als klimop niet goed groeit, komt dat meestal door de standplaats, de bodem of de verzorging. Kleine aanpassingen zorgen vaak al snel voor verbetering.
.jpg)