Waarom sterft klimop af?
Als klimop plots gaat hangen of bladeren verliest, is daar vaak een duidelijke reden voor. Verschillende oorzaken kunnen de plant verzwakken of ervoor zorgen dat hij afsterft.
Verkeerde standplaats en bodem
Een veelvoorkomende reden dat een klimophaag afsterft, is een ongeschikte standplaats. Klimop groeit in zon, halfschaduw en schaduw, maar extreme omstandigheden maken de plant zwakker. Felle middagzon, vooral bij hitte en droogte, kan de bladeren doen verbranden en de groei vertragen. Op heel donkere plekken zonder licht stopt de groei juist helemaal. De bodem is extra belangrijk: stilstaand water in een zware kleigrond beschadigt de wortels. Daardoor kan wortelrot ontstaan, waardoor de klimop zijn bladeren verliest en kan afsterven. Een goed doorlatende, humusrijke grond is ideaal. Dichte grond kan worden verbeterd met compost of zand. Als hier bij het planten geen rekening mee wordt gehouden, komt er te weinig zuurstof bij de wortels. Dat merk je vaak pas na enkele weken of maanden. De klimop groeit dan niet meer verder en ziet er slap en zwak uit.
Te weinig water en droogtestress
Ook een tekort aan water kan ervoor zorgen dat klimop afsterft. Vooral in de eerste maanden na het planten is voldoende water belangrijk. Zonder regelmatig gieten drogen de wortels uit. Dit gebeurt vooral bij klimophagen die op warme plekken of in lichte, zandige grond staan. Bij droogte rollen de bladeren op of worden ze bruin. Als de droge periode aanhoudt, valt het blad uit. Ook in de winter kan de plant last hebben van droogtestress, bijvoorbeeld wanneer de grond bevroren is en de wortels geen water kunnen opnemen. Daarom is het verstandig om klimop in vorstvrije perioden in de winter toch water te geven. Op lichte gronden of bij veel zon is een laag mulch handig. Die houdt het vocht in de grond vast en beschermt de wortels.
Verkeerd of te sterk snoeien
Een verkeerd uitgevoerde of te sterke snoei kan de plant ook beschadigen. Klimop kan veel snoei verdragen, maar het is belangrijk om goed op het moment en de manier van snoeien te letten. Als je snoeit bij grote hitte of in volle zon, drogen de snoeiwonden snel uit. Snoeien in de late herfst is ook niet ideaal, omdat open wonden in de winter gevoeliger zijn voor vorst. Snoei bovendien niet te diep in het oude hout, omdat klimop vooral uit jongere scheuten weer goed uitloopt. Een vormsnoei in het voorjaar of de late zomer is het beste om de plant gezond en sterk te houden. Te vaak snoeien zonder goede nazorg kan de plant verzwakken en de groei vertragen. Wie zorgt voor een goede balans tussen groei en vorm, krijgt een gezonde, dichte haag.
Ziekten en plagen
Klimop is over het algemeen sterk, maar kan soms last krijgen van ziekten of plagen. Vooral bij dichte beplanting zonder luchtcirculatie kunnen klimoproest of echte meeldauw ontstaan. Klimoproest veroorzaakt gele vlekken op de bladeren, terwijl meeldauw als een wit poederlaagje te zien is. Beide schimmels verzwakken de plant en kunnen bladval veroorzaken. Terugknippen en zorgen voor meer lucht tussen de planten helpt vaak al veel. Ook spint of bladluizen kunnen voorkomen, vooral bij droge omstandigheden of bij verzwakte planten. Door hun zuigwerk verliest de klimop kracht, wat te zien is aan opgerolde of kleverige bladeren. Met natuurlijke bestrijding, zoals nuttige insecten of een harde waterstraal, is de schade vaak te beperken. Bij ernstige aantasting is een stevige snoei verstandig, zodat de plant zich kan herstellen. Een gezonde, goed verzorgde haagplant heeft meestal weinig last van ziekten.
Fouten bij het planten of ongeschikte combinaties
Ook bij het planten zelf gaan vaak dingen mis, die later pas zichtbaar worden. Een te kleine plantafstand, slecht voorbereide grond of het ontbreken van een klimsteun kunnen de groei belemmeren. Het combineren met sterk groeiende planten zoals taxus of levensboom kan zorgen voor concurrentie om licht en voedingsstoffen. Als klimop in een dichte beplanting met andere struiken te weinig ruimte krijgt, verliest hij snel aan kracht. Een goed doordacht beplantingsplan met voldoende afstand en een verbeterde bodem is daarom belangrijk. Ook een glansmispel of hulst mag niet te dicht op de klimop staan. Wie cipres of liguster in de buurt plant, moet rekening houden met wortelconcurrentie. Klimop heeft ruimte en licht van boven nodig. Gebrek aan zon door hoge buurplanten kan ervoor zorgen dat hij verzwakt of afsterft. Een duidelijke plantindeling, waarbij je rekening houdt met de behoeften van elke soort, voorkomt later problemen.
Als klimop afsterft, komt dat vaak door een verkeerde standplaats, te weinig water, slechte grond of verzorgingsfouten. Met gerichte controle zijn de oorzaken meestal goed te achterhalen.
.jpg)